Vertrek uit Zaventem naar Berlijn. Per lijnvlucht van Mongolian Airlines reizen we naar Ulaanbatar.
Aankomst in Ulaanbatar in de vroege ochtend. Transfer naar het hotel waar we ons even kunnen opfrissen. Wandeling door het stadscentrum van de Mongoolse hoofdstad. Na de instorting van het Mongoolse rijk in de 17de eeuw werd de rol van Karakorum als hoofdstad overgenomen door een soort nomadische hoofdstad, een bewegende nederzetting die men Urga ging noemen. Deze migrerende stad, een karavaan van gers, bewoog zich voortdurend van plaats tot plaats maar naar het einde van de 18de eeuw toe werd de stad uiteindelijk toch op de huidige, vaste plaats gevestigd. De stad kreeg de naam Ulaanbatar, “de Rode Held”, ter ere van Sukhbaatar, de held van de revolutie van 1921. Bezoek aan het nationaal historisch museum en het natuurhistorisch museum, waar we kennis maken met de geografie, flora en fauna van het land. De twee volledige dinosaurusskeletten die in de Gobi-woestijn werden gevonden zijn een unicum. Beide musea vormen een perfecte introductie tot het land. Wandeling door het stadscentrum en bezoek aan het Gandan-klooster. Sinds de heerschappij van Kublai Khan in de 13de eeuw werd boeddhisme de staatsgodsdienst van Mongolië. Vanaf de 16de eeuw werd deze “gele” religie heel populair en over heel het land functioneerden kleine, mobiele kloostertjes. In 1838 werd echter het Gandan-klooster gesticht dat later uitgroeide tot het grootste centrum van Mongools boeddhisme. Hotel Narantuul***(*) of gelijkwaardig.
Vlucht naar de Gobi-woestijn. De Gobi bedekt bijna een derde van het Mongools grondgebied alsook een stuk van noordoostelijk China. Hoewel genoegzaam bekend als de Gobi-woestijn wordt het gebied maar voor een derde gevormd door zandwoestijn. De rest bestaat uit delen steenwoestijn en verschillende soorten woestijnsteppes en bergketens. Voor de Mongolen bestaan er immers meer dan 30 soorten Gobi. In 1975 maakte de Mongoolse overheid van de hele regio een beschermd gebied en in 1991 werd de Gobi-woestijn door de VN bekroond als vierde grootste biosfeerreservaat ter wereld. We maken een wandeling door de Yolyn Am-vallei, de “Bek van de Arend”, waar een nauwe kloof een groot deel van het jaar bedekt blijft met een dikke laag ijs van een soort kleine gletsjer. Rondom prijken de hoog oprijzende flanken van de Mount Gurvan Saikhan en lonken groene weiden, bevolkt met dartele marmotten. Na de lunch rijden we tot bij de Khongor zandduinen, de grootste duinenketen van het land. Overnachting in een ger-kamp.
Vandaag beleven we een rustig dagje bij de Khongor-zandduinen. Vlak bij de Khongor-duinen bevindt zich een oase die ons beeld van de Gobi-woestijn scherp bijstelt. Kuddes paarden en Bactrische kamelen grazen in felgroene weides, schapen en geiten worden gehoed door de plaatselijke nomaden, een stroompje zoekt zijn weg tussen de duinen en de steenwoestijn. We kunnen zien hoe de Gobi-bewoners hun levensstijl zo goed mogelijk aanpassen aan de droge omstandigheden van het immense Gobi-gebied en wie wil kan de ‘singing sand dunes’ van dichterbij exploreren, te voet of per kameel. Een zonsondergang aan de top van de duinenketen die langs Mount Sevrei en Mount Zuulun loopt, biedt een onvergetelijk schouwspel waarbij de overweldigende natuur zich van haar beste kant laat zien.
Na het ontbijt vatten we de tocht aan naar Bayanzag, ook wel de Flaming Cliffs genoemd. Een groot deel van de Gobi-regio werd ooit ingenomen door een binnenzee die later uitdroogde en door erosie werd vervormd. In de loop der eonen leefden hier dan ook allerhande verschillende land- en zeewezens. Paleontologen vonden er in de jaren 1920 bijna complete dinosaurusskeletten en gefossiliseerde dino-eieren, wat de plaats van onschatbare historische waarde maakt. De naam is bovendien niet gestolen: de steile rotsklippen kleuren bij het licht van de ondergaande zon een vlammend rood en geven het geheel een onaards zicht. In de buurt vinden we een gebied vol Saxaulstruiken, een vreemdsoortige boomstruik, die erin slaagt water te vinden op uiterst droge plaatsen en zelfs niet terugschrikt voor zout water. Overnachting in een ger-kamp.
Korte rit door de Gobi-steenwoestijn tot bij Ongiin Khiid. Hier vinden we de ruïnes terug van twee voormalige kloosters (khiid), het Barlim Khiid, op de noordelijke oever van de Ongiin Gol-rivier, en het Khutagt Khiid op de zuidelijke oever. De twee samen worden meestal aangeduid als het complex van Ongiin Khiid, ooit een van de grootste kloostercomplexen van het land, met meer dan 2000 inwonende monniken. Het kloostercomplex werd in de jaren 30 van de vorige eeuw vernietigd door de Russen en de ruïnes vormen vandaag een etherische plaats aan de oevers van de Ongi-rivierbedding. Bezoek aan de ruïnes en de omgeving. We nemen ook een kijkje bij een lama-school en maken kennis met de jonge monniken. Overnachting in een ger-kamp.
Steppe vervangt stilaan woestijn wanneer we verder noordwaarts reizen tot in Centraal-Mongolië. We houden kort halt bij het Tuvhun-klooster dat hoog in de bergen als het ware de wacht houdt over de Orkhon vallei. Het klooster is recent heropgebouwd maar werd oorspronkelijk gesticht door Zanabazar (eerste koning-levende boeddha van Mongolië – hoofd van de Tibetaans-Mongoolse geloofsgemeenschap) in 1653. Hij woonde, werkte en mediteerde er bijna 30 jaar. In de loop der tijd ontstonden verschillende bedevaartsplaatsen rondom het klooster en ook vandaag is het voor veel Mongoliërs een geliefkoosde bedevaartsstek. We eindigen vandaag onze tocht bij de warmwaterbaden van Tsenher. Hier kunnen we genieten van de heilzame werking van de baden terwijl we de vele indrukken van de verschillende landschappen laten bezinken. Overnachting in een ger-kamp.
Na de woestijn en de steppe maken we vandaag kennis met een derde aspect van de Mongoolse landschappen: de bossteppe. We stoppen even in Tsetserleg om een beeld te krijgen van het alledaagse leven in een Mongools provinciestadje. Deze stadjes geven meestal een ietwat desolate indruk en hebben vaak meer de aanblik van een “tijdelijke” vestiging van nomaden dan van een echte stad of nederzetting. Toch is het altijd boeiend om te zien hoe de sedentaire Mongoliërs buiten de hoofdstad vandaag de dag nog steeds leven. Een bezoek aan het Zaya Gegeenii Huree klooster toont ons opnieuw de sterke invloed van het Tibetaanse boeddhisme op de religieuze beleving van de Mongolen. Daarna reizen we verder tot bij het Terhiin Tsagaan-meer, gelegen aan de uitgedoofde Horgo-vulkaan. Het hele gebied maakt deel uit van het bijna 80.000 ha grote Horgo-Terhiin Tsagaan Nuur Nationaal Park en is nog grotendeels onontdekt door toerisme. Het bekken waarin het “Grote Witte Meer” ligt, ontstond door lavastromen uit de omringende vulkaankraters die vandaag de dag allemaal uitgedoofd zijn. De steppe wordt doorspekt met stroken naaldbos en het geheel vormt één van de mooiste meergebieden van het land. Overnachting in een ger-kamp.
We trekken een dagje uit voor een verkenning van deze prachtige regio. In de buurt van de Chuluut-rivier en de Horgo-vulkaan worden we getrakteerd op schitterende landschappen tijdens een wandeling of een tocht te paard. Over een met naaldbomen bezaaide zwarte lavavlakte trekken we op die manier tot bij de krater van de Horgo-vulkaan waar we een onvergetelijk zicht krijgen op de vulkaan en de omgeving. Overnachting in ger-kamp.
Rit door de centrale steppes van het land. Regelmatig houden we halt bij mooie uitzichten of bij mogelijke ontmoetingen met kraanvogels, buizerds, arenden... De reis brengt ons tot in Karakorum, de oude hoofdstad van het Mongoolse rijk onder Djengis Khan. De stad werd gesticht in 1220 in de Orkhon vallei, op een strategisch knooppunt van handelsroutes in Centraal-Azië. Rondom de stad stond een omwalling met vier poorten die elk een eigen soort markt hadden. Aan de westpoort werden bijvoorbeeld geiten verkocht, terwijl aan de oostpoort graan werd verhandeld. Buiten de muren stond een enorme cluster van gers die de stad een unieke, indrukwekkende aanblik gaven. Tot 1268 regeerde de Khan van hieruit het onmetelijke rijk. In dat jaar besliste Kublai Khan de hoofdstad te verplaatsen naar het huidige Beijing. De plaats werd uiteindelijk verlaten en later verwoest door de Chinese Ming- en Qing-dynastieën. Een deel van wat overbleef werd later gebruikt voor de bouw van het Erdene Zuu-klooster. Overnachting in een ger-kamp.
Vandaag verkennen we het 16de-eeuwse Erdene Zuu-klooster, het eerste, boeddhistische klooster van Mongolië en sinds 1990 opnieuw als actief klooster gebruikt. Met de bouw van het klooster werd begonnen in 1586 door Abtai Khan, maar pas 300 jaar later raakte het bouwwerk volledig af. Er waren tussen de 60 à 100 tempels binnen het complex en ongeveer 300 gers binnen de muren. Op het hoogtepunt telde het kloostercomplex ongeveer 1000 inwonende monniken. Net als Karakorum werd ook het klooster verlaten en later verwoest door de Mantsjoes. Een deel werd in de 19de eeuw heropgebouwd, maar in de jaren 1930, toen de Russen grote schoonmaak kwamen houden, werden de resterende tempels van het complex vernield en een onbekend aantal monniken gedood of naar Siberië gedeporteerd. Vandaag de dag zijn nog drie tempels te zien. Ze zijn volledig door muren omwald waarop 108 stoepa’s werden aangebracht. We kunnen er de monniken aanschouwen in hun dagelijkse bezigheden en hun gezongen gebeden beluisteren tijdens een ochtendceremonie. Buiten de kloostermuren nemen we een kijkje bij de Turtle Stone. Na het bezoek rijden we door naar het Hustai Nationaal Park, waar we de befaamde Takhi wilde paarden kunnen gadeslaan in hun natuurlijke omgeving. De paarden zijn genoemd naar kolonel Nicolai Przewalski die de soort herontdekte in 1878. De Mongolen noemen ze genoegzaam Takhi. Deze laatste soort in het wild levende paarden ontsnapte op een haar na aan uitsterving. In de loop der tijden verloren ze immers meer en meer natuurlijk biotoopgebied aan de talrijker wordende nomaden en bovendien werden ze fel bejaagd door de Kazakken. In het begin van de jaren 1990 werd in het Hustai Nationaal Park gestart met een herintroductieproject van de nagenoeg verdwenen Takhi-paarden. Overnachting in het Hustai ger-kamp.
Na het ontbijt rijden we naar het Gun Galuut-reservaat, een unieke plaats waar faunaliefhebbers ten volle aan hun trekken kunnen komen. We trekken erop uit in het reservaat en krijgen met wat geluk de woest uitziende Argali-schapen te zien, of verschillende soorten kraanvogels. Overnachting in het Steppe Nomads ger-kamp.
Vandaag dompelen we ons onder in de leefwereld van de Mongoolse nomaden. Wie wil, kan een rit te paard maken en eventueel zelfs met de nomaden mee een tijdje de kuddes gaan hoeden. We kunnen ook meemaken hoe de schapen gemolken worden en hoe de nomaden hun kazen en andere zuivelproducten aanmaken, zowat het basisbestanddeel van hun dieet. Tot slot kunnen we eventueel ook zien hoe de vilten matten gemaakt worden voor de bouw van de alomtegenwoordige gers. Voor de bouw van de cirkelvormige nomadententen maakt men immers gebruik van een houten geraamte waarover grote matten gespannen worden. Deze vilten matten worden door de nomaden zelf gemaakt op basis van de wol van hun kuddes. Zo blijven ze ook voor de bouw van hun woningen volledig zelfbedruipend. Overnachting in een ger-kamp.
Na het ontbijt reizen we terug naar de hoofdstad waar we het Paleis van de laatste Mongoolse koning, Bogd Khan, bezoeken. In deze winterresidentie, die gebouwd werd tussen 1893 en 1903, kunnen we de Vredespoort zien, alsook de persoonlijke bibliotheek van de laatste Mongoolse koning. Na het middagmaal is er vrije tijd in de stad. Afscheidsdiner met traditioneel Mongools folk-ensemble. Hotel Narantuul***(*).
Vroeg in de ochtend wordt u naar de luchthaven gebracht voor de vlucht naar Berlijn. Aansluitende vlucht naar Brussel. Aankomst in de namiddag.

